Dubbele hereniging

10 november 1989: Een dag na de opening van de grens klimmen mensen op de Berlijnse muur bij het Brandenburger Tor. (bron: AP)

10 november 1989: Een dag na de opening van de grens klimmen mensen op de Berlijnse muur bij het Brandenburger Tor. (bron: AP)

Op 9 november 1989 was ik ’s middags in de woonkamer van mijn overgrootmoeder, in een klein dorp in het Westen. Het West-Duitse journaal meldde iets wat niemand van ons begreep. Zeker ik niet, ik was toen zes jaar oud. Reisbeperkingen vanuit de DDR zouden worden opgeheven. Wat betekende dat? Later die avond verschenen de bekende beelden op de tv van feestende mensen bij de Muur in Berlijn, dat was duidelijk. Niet voor mij! Mensen om me heen huilden, daarom dacht ik aan oorlog.

Net twee weken eerder mochten mijn ouders met mijn broer en mij de DDR voorgoed verlaten. Een aanvraag voor gezinshereniging met onze West-Duitse familie werd na drie jaar goedgekeurd. Bij het vertrek had de soldaat aan de grens nog gezegd dat we nooit meer terug mochten komen. Oma en opa die achterbleven, zou ik dus nooit meer mogen zien. Twee weken later was er dus dat onbegrijpelijke nieuwsbericht.

Vanuit de kleuterschool in de DDR wist ik nog dat het Westen op oorlog uit was. Dat werd verteld als er iemand bezoek uit West-Duitsland kreeg. Dus mijn eigen conclusie als zesjarige was: oorlog, want iedereen huilt. Dat dit vreugdentranen waren, snapte ik later pas. Maar wat het eigenlijk betekende, besefte ik pas veel later. Er was al zo veel waar ik in het Westen aan moest wennen: de school, de mensen, de volle winkels, de vele, nette auto’s en het huiswerk. Op school konden ze nog niet zo veel letters als ik, maar huiswerk deed ik in de DDR altijd met de juf, tijdens de nablijfuren. Nu in het Westen vergat ik dat altijd, wat ze ook probeerden. Mijn ouders waren druk met wennen, die hadden dat dus ook niet door. Nog een verschil was dat er in de klas gekletst werd en niemand opstond als de leraar binnenkwam, en in plaats van een portret van Honnecker aan de muur, hing er Jezus aan zijn kruis. En blijkbaar mocht je hier grappen maken over kanselier Kohl, ik schrok: ‘Dat mag toch niet?’ ‘Als iemand dat hoort.’ Ook thuis luisterde mijn vader naar de radio zonder te waarschuwen dat ik het aan niemand mocht vertellen.

En oma en opa in Berlijn terugzien mocht ook, gelukkig maar. Het was daar wel erg veranderd, ook daar waren ineens volle winkels. Er werd al veel gebouwd en er kwam snel een telefoon. Mijn ouders besloten om in het Westen te blijven waar we waren. We waren net aan het wennen. 

Dennis Fink, 2014

Op 9 november 1989 was ik ’s middags in de woonkamer van mijn overgrootmoeder, in een klein dorp in het Westen. Het West-Duitse journaal meldde iets wat niemand van ons begreep. Zeker ik niet, ik was toen zes jaar oud. Reisbeperkingen vanuit de DDR zouden worden opgeheven. Wat betekende dat? Later die avond verschenen de bekende beelden op de tv van feestende mensen bij de Muur in Berlijn, dat was duidelijk. Niet voor mij! Mensen om me heen huilden, daarom dacht ik aan oorlog.

Net twee weken eerder mochten mijn ouders met mijn broer en mij de DDR voorgoed verlaten. Een aanvraag voor gezinshereniging met onze West-Duitse familie werd na drie jaar goedgekeurd. Bij het vertrek had de soldaat aan de grens nog gezegd dat we nooit meer terug mochten komen. Oma en opa die achterbleven, zou ik dus nooit meer mogen zien. Twee weken later was er dus dat onbegrijpelijke nieuwsbericht.

Vanuit de kleuterschool in de DDR wist ik nog dat het Westen op oorlog uit was. Dat werd verteld als er iemand bezoek uit West-Duitsland kreeg. Dus mijn eigen conclusie als zesjarige was: oorlog, want iedereen huilt. Dat dit vreugdentranen waren, snapte ik later pas. Maar wat het eigenlijk betekende, besefte ik pas veel later. Er was al zo veel waar ik in het Westen aan moest wennen: de school, de mensen, de volle winkels, de vele, nette auto’s en het huiswerk. Op school konden ze nog niet zo veel letters als ik, maar huiswerk deed ik in de DDR altijd met de juf, tijdens de nablijfuren. Nu in het Westen vergat ik dat altijd, wat ze ook probeerden. Mijn ouders waren druk met wennen, die hadden dat dus ook niet door. Nog een verschil was dat er in de klas gekletst werd en niemand opstond als de leraar binnenkwam, en in plaats van een portret van Honnecker aan de muur, hing er Jezus aan zijn kruis. En blijkbaar mocht je hier grappen maken over kanselier Kohl, ik schrok: ‘Dat mag toch niet?’ ‘Als iemand dat hoort.’ Ook thuis luisterde mijn vader naar de radio zonder te waarschuwen dat ik het aan niemand mocht vertellen.

En oma en opa in Berlijn terugzien mocht ook, gelukkig maar. Het was daar wel erg veranderd, ook daar waren ineens volle winkels. Er werd al veel gebouwd en er kwam snel een telefoon. Mijn ouders besloten om in het Westen te blijven waar we waren. We waren net aan het wennen. 

Dennis Fink, 2014