Projectpartnerbijeenkomst 2016

Hoe kunnen wij de moed opbrengen om voor anderen in te staan – dit was één van de vragen die bij de projectpartnerbijeenkomst van ASF aan de Keizersgracht bij Castrum Peregrini werden besproken. Castrum Peregrini, sinds dit jaar ASF-project, was tijdens de tweede wereldoorlog een onderduikplek voor joodse (en niet joodse) jonge mannen. De kunstenares Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht heeft toen samen met de Duitse auteur Wolfgang Frommel van haar eigen woning een onderduikplaats gemaakt. Hoewel de onderduikers de woning niet konden verlaten, wilden zij door middel van kunst en literatuur hun intellectuele vrijheid bewaren en creëerden zij zo een unieke plek die vandaag nog een heel sterk verhaal verteld.

Ik was er voor het eerst bij Castrum Peregrini. De mix van hedendaagse kunst met de onveranderde woning van Gisèle en de onderduikplek slaat voor mijn gevoel een brug van toen naar nu. Heel bijzonder en indrukwekkend!

Bij de bijeenkomst kwamen projectpartners van ASF, de mentoren van de vrijwilligers en vrijwilligers zelf samen. Hierdoor kwamen er ook verschillende perspectieven samen: Mensen die in musea en herdenkingsplekken werken of bij sociale organisaties, mensen uit organisaties die zich met maatschappelijke vraagstukken bezig houden, uit verschillende landen komen en qua leeftijd verschillen...

Voordat wij in gesprek gingen over onze eigen ervaringen en standpunten, kregen wij zowel een rondleiding door het pand als een introductie in de vorm van een presentatie zodat wij al veel over de geschiedenis en actuele ontwikkelingen kwamen te weten. Maar er waren nog meer vragen: Hoe was het mogelijk binnen Amsterdam zich zelf voor Nazi’s en de politie te beschermen? Wat moest ervoor gedaan worden? Hoe konden zij überhaupt geld verdienen om eten te kopen? Hoe werkte de samenleving binnen de groep van onderduikers? Hoe kwam het, dat er bijna alleen mannen ondergedoken zaten en hoe beïnvloede dit het samenleven? Hoe kan het verhaal vandaag het best aan mensen verteld worden en hoe ver moet het huis daarvoor geopend worden zonder kwaliteit en authenticiteit kwijt te raken? Ik vond het heel interessant deze vragen precies op de plek te bespreken, waar er steeds nog de sfeer en setting van toen te voelen is. En na te denken over hoe de verhalen van toen vertaald kunnen worden naar actuele vragen nu: Vandaag is er geen bezetting door Nazi’s meer maar voor bv. een vluchteling kan het heel belangrijk zijn, een plek te vinden waar zij/hij kan onderduiken. Hoe leg je dan de verbinding tussen deze twee verhalen?

Nadat wij iets over het huis en het verleden konden leren, gingen wij in groepjes verder praten over hoe wij vandaag dingen zoals moed en heldendom vertalen. Wie is een held? Ben je een held als je instaat voor iemand of is dat eigenlijk een gewone actie, die als normaal moet worden beschouwd? Hebben wij moed nodig om dingen niet te accepteren maar er wel iets van te zeggen? Hoe zit het in de maatschappij? Mijn groep had het idee, dat er tegenwoordig heel veel mensen niet meer het gevoel hebben, dat er dingen mis gaan of überhaupt reden zijn om er actief voor of tegen iets in te staan. Wij deelden de indruk dat de maatschappij in het algemeen zo gescheiden is, dat de situatie van andere mensen, buiten de eigen omgeving, helemaal niet meer waargenomen wordt. Wij waren het met elkaar eens dat wij zowel met de hedendaagse maatschappij op zich als met het verminderde interesse aan maatschappelijke belangen niet helemaal tevreden zijn. Er zelf iets tegen te doen vonden wij ook moeilijk. Het is niet makkelijk buiten de meerderheid voor veranderingen te strijden maar er is heel veel overtuiging en moed nodig, om de strijd aan te gaan. Hoe kunnen wij de moed opbrengen om voor anderen in te staan?

Anna Fischer, ASF vrijwilligster 2015/16 bij RADAR in Rotterdam