Blog

Inmiddels zijn de nieuwe vrijwilligers al een paar weken in Nederland en hebben ze al een paar weken in hun nieuwe projecten gewerkt. Hieronder stellen ze zich kort voor en vertellen ze iets over hun project:

'Hoi, ik ben Lisa Rethmeier en ik doe mijn vredesdienst bij het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Tot ongeveer 6 weken geleden woonde ik nog in Duitsland (Weimar), en studeerde ik geschiedenis aan de Friedrich-Schiller-Universiteit in Jena. Daarnaast gaf ik rondleidingen door het voormalige concentratiekamp Buchenwald.
Ik heb voor een jaar met ASF gekozen, omdat ik nog nooit eerder in het buitenland gewoond of gestudeerd heb en ik nog niet eerder een vrijwilligersjaar had gedaan. Voordat ik na mijn studie het beroepsleven inga, wilde ik nog graag iets zinvols doen en hierbij mijn huidige opleiding, kennis en werkervaring mee inbrengen. Op die manier kwam ik bij dit project terecht!

In Westerbork zal ik binnenkort ook rondleidingen gaan geven, verder houd ik me bezig met de collectie van het museum. Op dit moment ben ik druk met met het project ‘Steunpunt Gastspreker’. Hierbij help ik bij de organisatie van bijeenkomsten met gastsprekers die over de geschiedenis vertellen. De gastsprekers bezoeken veel schoolklassen. In Oktober zijn de zogenaamde ‘gastsprekerdagen’, waar alle gastsprekers bij elkaar komen. Dit is erg interessant, want ik leer veel interessante mensen en hun bijzondere verhalen kennen!'

Hallo, ik ben Claudia en ik kom uit Berlijn. Sinds half september werk ik bij het Anne Frank Huis in Amsterdam. Mijn taken zijn onder andere het ontvangen van Duitstalige en Engelstalige groepen (zowel volwassenen als scholieren) voordat ze het museum in gaan. In een korte lezing/interactieve workshop geef ik ze achtergrondinformatie over het verhaal van Anne Frank en haar familie, en daarnaast ook over de historische context.

Het bezig zijn met het onderwijzen van geschiedenis aan groepen is een hele nieuwe ervaring voor me. Het is elke keer weer anders en een verassing, wat voor groep ik voor me heb. Vaak zijn de bezoekers geinteresseerd en stellen ze vragen, dit vind ik natuurlijk het prettigst. Maar er zijn ook situaties die wat moeilijker zijn. Soms stel ik bijvoorbeeld vragen en krijg ik antwoorden die ik niet had verwacht, en waarvan ik het lastig vind om er mee om te gaan. Omdat ik iets ouder ben dan de meeste vrijwilligers, vind ik het erg interssant om met ‘de jeugd van tegenwoordig’ over onderwerpen als stereotypering, discriminatie en de Shoa in gesprek te gaan.

Verder help ik af en toe een andere vrijwilliger van de afdeling ‘Educatieve Projecten’. Daar wordt op dit moment ook een online toolbox ontwikkeld voor jongeren en leraren, waarvan het doel is om zich bezig te houden met discriminatie en iemands eigen handelen en positie in deze context.

Hoi allemaal! Ik ben Genia, 19 jaar en ik kom uit Bielefeld. Ik heb besloten om na mijn eindexamen met ASF een jaar naar het buitenland te gaan om een jaar lang vrijwilligerswerk te doen. Uiteindelijk ben ik in Nederland beland, om precies te zijn in Amsterdam bij Castrum Peregrini. Castrum Peregrini ligt in het cantrum van de stad, de vertaling ervan luidt: Kasteel van de pelgrims. Tijdens de tweede wereldoorlog was dit de codenaam voor een onderduikadres op de Herengracht. Door de hulp van een nederlandse kunstenares en een Duitse dichter kon er een groep Duitse joodse jongeren onderduiken en hierdoor de oorlog overleven.
Vandaag de dag is deze plaats een ‘intellectual playground’ voor kunstenaars en overige geïnteresseerden. Door middel van verschillende belangrijke vragen over de geschiedenis van het pand, probeert Castrum Peregrini de huidige politiek met die van het verleden te verbinden. Daardoor ontstaan er verschillende projecten met verschillende kunstenaars.
Ik heb veel verschillende taken. Tijdens mijn eerste weken hier waren er 2 tentoonstellingen. Ik was ervoor verantwoordelijk om bezoekers te ontvangen en hun vragen te beantwoorden. Hierdoor heb ik veel interessante mensen ontmoet en bijzondere gesprekken met hen gevoerd. Daarnaast was ik in de eerste paar weken natuurlijk ook veel bezig met de geschiedenis van het pand; ik heb veel gelezen (en ben daar nu nog steeds mee bezig). Ook ben ik voor veel ‘praktische’ dingen verantwoordelijk, zoals boodschappen doen of de post wegbrengen. Castrum is een bijzondere maar ook complexe locatie, met een indrukwekkend heden en verleden. Elke dag leer ik weer nieuwe dingen en ik heb het gevoel dat dat dat ook niet gaat stoppen. Ik ben erg tevreden met dit project en het team waarmee ik werk. Ik ben erg benieuwd naar de komende maanden en wat er nog allemaal gaat gebeuren!

60 Jaar ASF- Receptie in de Duitse ambassade in Den Haag

 

Naar aanleiding van dit jubileum nodigde de Duitse ambassadeur, Dirk Brengelmann, ons uit voor een receptie. Lena Rathsack, vrijwilligster bij het Dagcentrum Maccabiadelaan vertelde daar over haar ervaringen:

''Goedendag'

wie es doch zur Begrüßung auf Niederländisch so schön heißt. Also Hallo. Ich bin Lena und lebe zur Zeit in Amsterdam, wo ich in einem jüdischen Tageszentrum für Menschen mit Behinderungen meinen Friedensdienst vollziehe. Ich stehe nun hier, um ein wenig von meinem Freiwilligendienst zu erzählen, denke aber sogar, dass es möglich ist, gewisse Erlebnisse und Erfahrungen auch die der anderen Freiwilligen widerzuspiegeln.

Zunächst einmal ist so ein Freiwilligendienst im Ausland etwas sehr emotionales. Emotional startet, verlebt und beendet jeder Mensch so ein Jahr anders. Für mich war das ganze ziemlich aufregend. Die Zeit vor dem Jahr geprägt von gemischten Gefühlen und fragen wie: schaffe ich das? Wie wird die Arbeit? Wie wird das Leben in einem Wohnheim für Studierende, zusammen mit 9 weiteren Menschen in einer WG zusammen zu leben? Werde ich viel alleine sein? Werde ich mich mit den anderen Freiwilligen verstehen? Die Ankunft beantwortete alle Fragen nach und nach und so überwieg die Freude die Entscheidung getroffen zu haben und das Leben am unbekannten, entfernten Ort begann und galt es zu entdecken.

Amsterdam als Stadt mit Grachtenringen verwirrte mich kolossal, wie sollte ich jemals ohne Handy mit Navi mich zurechtfinden können? Die Sprache, die irgendwie nah und einfach erscheint, aber dennoch sehr weit weg ist. Die Arbeit, so anders als schulische Strukturen. Ich tat also vieles auf einmal zum ersten Mal. Das erste Mal alleine wohnen, das erste Mal Vollzeit arbeiten,  das erste Mal einen Haushalt schmeißen und auch noch Finanzen dieses Haushaltes führen. Puh, ganz schön viel von jetzt auf gleich.

Meine Arbeit gefällt mir bis heute sehr gut. Es sind soweit alle sehr offen, nett, herzlich und ich fühle mich geborgen. Ich weiß, wo ich mit Problemen hingehen könnte und das ist für mich ein wichtiges, wenn nicht sogar das wichtigste Gefühl.

Da die Einrichtung jüdisch ist, darf ich auch viele Begegnungen mit dem Judentum erleben. So feiern wir die jüdischen Feste und wir gehen ab und zu in die Synagoge  oder ich mache jeden Donnerstag die jüdische Stunde mit, wo die Bewohner*innen etwas zum gerade anstehenden Fest etwas backen oder wir uns mit dem Inhalt des jeweiligen Festes auseinandersetzen.

Die Begegnung mit Menschen, die eine Beeinträchtigung aufweisen, die in unserer Gesellschaft doch wie ich finde unterrepräsentiert sind und auch diskriminiert werden, sind letztlich Begegnungen, die ich nie vergessen werde und mich beeinflusst haben. Für all das was ich versuche zu geben an Energie und Bereitschaft, die doppelte wenn nicht sogar dreifache Portion an Gesten des Dankens und der Liebe  durch  liebevolle, tolle, inspirierende Menschen kriege ich zurück.

Zweimal im Monat, je nachdem wie ich es noch gerade reinpasst fahr ich gemeinsam mit einer anderen Freiwilligen, Klara, zum Jeanette Noel Huis, eine Lebensgemeinschaft zwischen Catholic Workern und Refugees. Das Jeanette Noel Huis versprüht eine unglaublich tolle, warme, offene Atmosphäre, in der ich mich immer sehr wohlfühle und auch immer das abendliche Essen mit allen gemeinsam sehr genieße, da es doch auch das Gefühl von Einsamkeit und Vermissen der Familie und der Freunde hochkommen kann. Dort kochen wir manchmal selbst oder helfen im Garten mit oder wir spielen mit den Kindern oder unterhalten uns bei einer Tasse Tee mit anderen Menschen.

Wenn ich meinen Freiwilligendienst emotional beschreiben müsste, dann würde ich sagen, dass ich hier Phasen erlebe. Phasen der Ankunft und des Entdeckens, wo kein Tag vergeht, an dem ich mal nicht nur im Bett liege und lese, sondern die Eindrücke mich müde werden lassen, aber ich keinen Atemzug habe, um mal auszuruhen, da alles einprallt wie in einem Traum ohne Bezug zum Realen. Danach eine Phase des Zuhause fühlens, der Ruhe, wo es super schön war mal ein Wochenende lang ohne schlechtes Gewissen im Bett zu liegen, Zeit zu nehmen und viele Eindrücke zu verarbeiten und auch in Ruhe die schon entdeckten Lieblingsorte in dieser tollen Stadt zu besuchen,  eigentlich die Phase, in der ich sagen würde, ich hab im Hier und im Jetzt gelebt. Dazu gehört auch die Stadt und die Arbeit anfangen zu lieben.

Und Plötzlich, da war ich gerade am Ruhepunkt, da merkte ich wie die Zeit so rennt. Die Phase der Zukunft setzt ein. Was mach ich danach? Was studieren? Wo wohnen?

Die Phasen verschwimmen und vor allem mir wurde bewusst, dass Ankommen und Begreifen länger dauerte als ich es mir vorgestellt habe. Die Bewohner*innen in meinem Projekt gaben mir irgendwann das Gefühl von Sicherheit und Vertrauen, ebenso wie meine Kollegen*innen. Ich wurde ein Teil des Ganzen. Auch der Faktor Sprache, der sich langsam aber sicher einschlich kann das Gefühl von Angekommen Sein verstärken. Wenn ich Witze verstehe, Zuhören kann, ohne dass es anstregend wird. Alles in einem glaube ich, vollziehen sich auch viele innere Prozesse während solch einem Jahr. So wurde ich aus meiner Blase gerissen und dachte es wäre nur für eine Zeit, nur für ein Jahr, doch diese Blase hat sich nun verändert, sie hat nun Türen, die ich dank toller Hilfe und einem tollen Projekt gebaut habe und die immer offen bleiben werden und meine und auch die Blase, in denen wir wir doch irgendwo alle leben verändern sich, wenn wir den Mut aufwenden uns ins Unbekannte zu stürzen, uns selbst zu finden und ein Teil im Leben von Menschen zu werden und diesen zu helfen und den Mut haben, daran zu glauben, so poetisch es auch klingt, dass Weltveränderungen auf kleiner Ebene stattfinden und das sollte niemals vergessen werden.'

Lena Rathsack

Themamiddag 21.03.2018

Burgermoed – Intuïtie of kun je het leren?

Geen betere plek en geen betere datum had ASF kunnen kiezen voor de 6de themamiddag op 21 maart 2018, de internationale dag tegen racisme in het Verzetsmuseum Amsterdam. De stelling is: Dialoog opent deuren. Dialoog - in plaats van overwinning. Dit gebeurt niet van uit zichzelf. Er is moed voor nodig.

Burgermoed was ook nodig voor de oprichters van ASF in de jaren 50. Ze werden niet zelden als vaderland-verraders uitgescholden. Hun standvastigheid werd beloond - meer dan 50 jaar later is ASF werkzaam in 13 landen met rond 150 vrijwilligers. Sinds bijna 60 jaar werken ASFers ook in Nederland. Het is mooi dat dit toen destijds zo uitpakte. Maar hoe zit het vandaag? Hoe moeten we omgaan met bijvoorbeeld rechts-extremisme? Barbara laat een korte film zien waar mensen in verschillende ongewenste situaties opstaan en iets doen, soms met ontkrachtende humor zoals bij de muurschilderingen waar hakenkruisen door toevoegingen veranderen in heel bijzondere figuren. Dit is bijna een symbool voor burgermoed: niet weg kijken, niet vernietigen maar veranderen.

Dineke Stam gaat met drie gasten in gesprek die vanuit verschillende invalshoeken geleerd hebben om te handelen in ongewenste situaties.

Chantal Suissa-Runne, programmaleider van Nieuw Wij en directeur van YOUnite, is van mening, om burgermoed op te wekken moet vooraf iets gebeurt zijn wat pijn doet. Zij zag de Islamfilm van Geert Wilders en werd zeer verdrietig. Het vraagt niet veel moed om een tweet te schrijven, dat had ze wel meteen gedaan. Zij vindt, opstaan en in het openbaar spreken en met elkaar in dialoog gaan, dat vraagt echt iets van je, dat is burgermoed. Chantal traint jongeren om een dialoog te voeren en organiseert gesprekken tussen tegenpartijen zoals tussen joden en moslims. Door haar project zijn vriendschappen ontstaan die zonder dit niet mogelijk waren. Dat geeft hoop op een betere toekomst.

Noraly Beyer, journaliste en presentatrice, meent: Het goed en het kwaad ontstaat vaak vanuit impulsieve handelingen die vanzelf plaatsvinden. Burgermoed is ook een impuls, is voor sommigen mensen vanzelfsprekend, dat heb je tijdens je opvoeding mee gekregen. Dat heb je in je. Noraly kent veel situaties waar mensen helemaal geen zin hebben om van de ander iets aan te nemen of tenminste de ander te begrijpen. Dialoog en competitie gaan niet samen. Haar zoektocht naar haar eigen wortels en die van haar voorouders maakt duidelijk: Van de slavenhandelaren zijn er vele documenten bewaard gebleven, het zijn tot aan vandaag de dag vooraanstaande families in Nederland. Van hun tot slaaf gemaakten is bijna niets bekend. Dialoog tussen de nazaten van de tot slaaf gemaakten en de slavenhandelaren - dat gebeurt niet. Het is een taboe.

Een verdere invalshoek geeft Ido Abram aan. Ook zijn de verhalen van Chantel optimistisch en die van Noraly meer pessimistisch, de dialoog kan een deuropener zijn en zwakt conflicten af. Als iemand gelijk wil krijgen en absoluut niet naar de ander wil luisteren, dan blijft het conflict bestaan. Daarom zijn politieke discussies vaak zinloos, niemand wil van de ander leren maar wil er als winnaar uitkomen. Vereiste voor een echte dialoog is dat je bereid bent om van elkaar te leren. Vooroordelen bestrijden - dat kun je niet rationeel maar door eigen ervaringen. Soms helpt humor en sterke overdrijving om de ander te ontkrachten of tenminste onzeker te maken, als een eerste stap voor wederzijds begrip.  Mensen die burgermoed tonen zijn mensen die zich dit vaak niet eens bewust zijn. Zo vroeg zijn moeder na de oorlog een vrouw waarom ze onderduikers - met gevaar voor haar eigen leven -  had geholpen. Het antwoord was: omdat ze mij niet onsympathiek waren. De vrouw had niet bewust gekozen om de onderduikers te helpen, voor haar was dat vanzelfsprekend. Dit bevestigt de ervaring van Noraly.

Voorwaarde van een echte dialoog is volgens Ido dat je van tevoren een duidelijke houding hebt.

Gevaarlijk en spannend wordt het, als je de uitkomst van de samenwerking niet kent en dit kunt toelaten. Vooroordelen en onwetendheid zijn vaak struikelblokken. Er bestaan bijvoorbeeld vele woorden met een lading (zoals: bezet), en deze lading verschilt bij iedere deelnemer van de dialoog. Cultuurverschillen spelen hierbij een zeer grote rol. En deze zijn enorm in Nederland, meent Ido. Hij heeft de Stichting Leren opgericht waar intercultureel leren een grote rol speelt. Het thema ‘dialoog opent deuren' heeft meer  aspecten dan verwacht. Een boeiende middag met spannende gasten!

 

Angelika Finger, april 2018

Nieuwsbrief januari 2018


Beste vrienden en partners van Aktion Sühnezeichen Friedensdienste, 

Na de verkiezingen in Duitsland van afgelopen september zijn nu ook in de Bundestag rechts-populisten en nationalisten vertegenwoordigd. Volgens mij was het voor niemand een verrassing dat zij de kiesdrempel haalden, maar het relatief hoge percentage was toch een schok. Wat vinden jongeren ervan? Twaalf jaar regering Merkel is voor ons aanleiding om jongeren te vragen hoe zij deze verkiezingen hebben ervaren, de eerste verkiezingen waarbij zij mochten stemmen. Leo Erbguth, sinds september vrijwilliger bij het Herinneringscentrum Kamp Westerbork, probeert antwoord te geven op deze vraag.

In dit veranderde politieke klimaat blijft het gesprek tussen verschillende maatschappelijke groepen belangrijk, juist om de onderlinge afstand of zelfs vijandigheid tegen te gaan. Mede daarom organiseren wij op 21 maart 2018, de internationale dag tegen racisme, een debat over burgermoed en dialoog in het Verzetsmuseum Amsterdam.

In mei 2018 vieren wij het 60-jarige bestaan van de organisatie in Duitsland. Ontmoeting en gesprek zijn sinds de oprichting in 1958 belangrijke onderdelen van het werk van ASF. Jonas Bohle vertelt over zijn ontmoetingen met Jack Eljon. Jonas kwam als vrijwilliger op bezoek bij Jack, die als kind ondergedoken zat op verschillende adressen en zo de oorlog overleefde.

Verder vinden jullie in deze nieuwsbrief een verslag van Rabea Shamsul van een bijzondere reis naar Jordanië, die in september plaatsvond. Michael Kowalske was in 2006/2007 de eerste ASF-vrijwilliger bij het Euregionaal Centrum in Enschede. Hij neemt ons mee naar het antwoord op de vraag: Hoe is het verder gegaan met...?

En last but not least: Sinds 2015 is de Vriendenstichting ASF aangemerkt als algemeen nut beogende instelling (ANBI). Om ons werk goed te kunnen verrichten blijven wij afhankelijk van financiële ondersteuning voor onze jaarlijkse activiteiten. 

Ik wens jullie veel plezier bij het lezen,

Barbara Schöpping

 

Vrijwilligers aan het woord

Culturele verschillen Duitsland-Nederland, geschreven door Anna Behre, ASF vrijwilliger bij RADAR Rotterdam 2016/17