Thema-avond Goethe-Instituut 2021

Herinneren en herdenken in dialoog

Op woensdagavond 3 november vond in het Goethe-Institut in Amsterdam de ASF thema-avond plaats, met als thema ‘herinneren en herdenken’. In een goed gevulde zaal gingen Aspha Bijnaar en Emile Schrijver met elkaar en met het publiek in gesprek over de vraag hoe herinneren en herdenken vormgegeven wordt, en hoe dit ook binnen verschillende gemeenschappen kan verschillen.

            Aspha Bijnaar is coördinator en woordvoerder van Musea Bekennen Kleur, een platform dat zich inzet voor meer diversiteit en inclusie binnen tentoonstellingen en musea. Daarnaast doet ze onderzoek naar vrouwen en verzet tijdens de slavernij en is ze auteur van ‘Jacquelina. Slavin van plantage Driesveld’, een stripboek dat over het leven van een jonge slavin vertelt. Emile Schrijver is algemeen directeur van het Joods Cultureel Kwartier en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, in de geschiedenis van het Joods cultureel erfgoed; in het bijzonder van het Joodse boek.

            Het gesprek werd gemodereerd door Joandi Hartendorp, die promotieonderzoek deed naar de representatie van het slavernijverleden en de holocaust binnen geschiedenislessen op middelbare scholen. Tegenwoordig is zij werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam, waar zij lesgeeft over postkoloniale geschiedenis, en gender en seksualiteit. Door haar zwarte identiteit en haar Nederlandse opvoeding stelt ze dat ze soms het gevoel heeft zich tussen werelden te bevinden, en dit maakt dat ze een uniek perspectief heeft op diversiteit en hoe er met geschiedenis wordt omgegaan.

            Na een korte introductie over de werkzaamheden van Aspha Bijnaar en Emile Schrijver werd het onderwerp van de avond geïntroduceerd: herinneren en herdenken werd vanuit twee posities belicht; vanuit de zwarte gemeenschap en vanuit de Joodse gemeenschap. Beiden hebben met elkaar overeen dat er nog te weinig erkenning is voor het leed wat deze groepen te verduren kregen en nog steeds krijgen. Echter werd er ook geconstateerd dat deze groepen elkaar daarbij ook in de weg kunnen zitten; zo worden de holocaust en slavernij regelmatig met elkaar vergeleken en worden beide groepen daarmee -wellicht onbewust- in concurrerende posities gezet. 

            Dit kan het gevolg zijn van te weinig erkenning. Het schrijnende is dat twee minderheidsgroepen op die manier eerder tegenover elkaar komen te staan, en zo ontstaat het idee van een zero-sum game: dit wil zeggen dat de ene groep iets verliest als de andere groep iets wint (bijvoorbeeld meer aandacht of erkenning). Zo eenvoudig kunnen de groepen echter niet van elkaar gescheiden worden, tevens zou het krijgen van erkenning nooit een wedstrijd moeten zijn. Tijdens het gesprek komt ook naar voren dat beide groepen ook meer met elkaar te maken hebben dan vaak wordt gedacht en dat de context hierbij een belangrijke rol speelt; zo waren er ook Joodse slavenhouders tijdens de slavernij, waarbij deze groep wordt gezien als ‘daders’. Aan de andere kant zijn er ook zwarte Joden; mensen die beide identiteiten bezitten. Zij zijn een voorbeeld voor het feit dat verschillende identiteiten soms onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Maar wanneer dit niet zo is, stellen Bijnaar en Schrijver, vergt het moed om de ander te helpen, zonder bang te zijn dat je eigen positie zwakker wordt. Ze pleiten voor ‘radicale compassie’: ‘durf het aan om naar elkaar te luisteren. Écht naar elkaar te luisteren. Beide geschiedenissen hebben plek nodig, vergelijking van leed is zinloos en leidt af van het doel: erkenning krijgen.’

            Ook het gevoel van machteloosheid wordt besproken. Hoe kan het, dat we als maatschappij, tientallen tot honderden jaren later, nog steeds te weinig erkenning hebben voor het leed wat bepaalde groepen is aangedaan? En dat we zien hoe gevaarlijk racisme en antisemitisme kunnen zijn? Actuele voorbeelden die worden genoemd zijn de moorden op tientallen mensen van kleur, waarvan George Floyd er één was, de toeslagenaffaire, de aanslagen op Joodse instanties en dat de Jodenster werd gebruikt in coronaprotesten om daarmee de vergelijking tussen Joden en ongevaccineerden te maken. Ook wordt er gesproken over de rol van de overheid: daar waar de Nederlandse overheid in 2020 excuses maakte voor haar rol in transport van Joden tijdens de tweede wereldoorlog, blijft het rondom het slavernijverleden nog angstvallig stil; vermoedelijk uit angst voor financiële repercussies.

            Toch eindigt het gesprek hoopvol: men heeft het gevoel dat er wel degelijk, hoewel misschien langzaam, een verandering plaatsvindt: ook mensen die niet zwart of Joods zijn, zien steeds meer de urgentie om met diversiteit aan de slag te gaan. Voorbeelden die genoemd worden zijn de Black-Lives-Matter demonstraties, dat zwarte piet steeds meer verdwijnt, en dat er meer aandacht is voor diversiteit en inclusie. Ook lijkt het alsof de jongere generaties dit steeds minder zien als discussieonderwerp maar als vanzelfsprekendheid en urgent. Een inclusievere, diverse samenleving is immers waardevol voor iedereen; niet alleen voor minderheidsgroepen.