60 jaar ASF in NL

Een seminar in 1982: uit het archief van Helmut Rödner

‘Er is in alle opzichten veel veranderd (en toch ook weer niet)! Uiteraard weet ik niet alles meer, maar toen ik in 1977 als vrijwilliger naar Nederland kwam, was Duitsland op het hoogtepunt van de RAF-hysterie: ‘Die bleierne Zeit’  noemde Margarethe von Trotta dat, en zo voelde het ook. Nederland was daarentegen een bevrijding: het was hier allemaal veel luchtiger, relaxter en positiever. Onvoorstelbaar ook hoe ‘leeg’ het toen nog was: nauwelijks touristen, veel leegstand, overal krakers en alternatieve projekten. De meestal linkse Duitse jongens – want dat waren ze toen vooral –  die met ASF hier kwamen vonden zowat een klein paradijs op aarde.

Er waren in die tijd trouwens nauwelijks ASF-vrijwilligers in Nederland, een stuk of zes à zeven die meestal ook nog in Duitstalige projekten werkten (Deutscher Hilfsverein, Deutsche Seemannsmission), want erg op prijs gesteld werden wij in die tijd – maar één generatie na de oorlog – helemaal niet. Na heel wat gedoe werd ik in 1979 voor een half jaar op proef aangesteld als eerste betaalde coördinator voor Nederland en België, op voorwaarde dat  ik het aantal projekten in een jaar tijd zou verdubbelen. Dat is gelukt, want we hadden veel contacten in de vredesbeweging (IKV, Disarmament Campaigns, IFOR, Pax Christi, Vrouwen voor Vrede, War Resisters International) en de milieubewging (WISE, Gered Gereedschap). Met sociale instellingen viel het ook best mee (Rosenstock-Huessy-Huis, Rotonde, Sinti/Roma, Mozeshuis, vluchtelingen, drugsverslaafden etc.), maar bij instellingen die zich expliciet met de oorlog en vervolging bezig hielden was het veel moeilijker om daar vrijwilligers te plaatsen. Het heeft jaren gekost om met het Anne-Frank-Huis en het Joods Museum te praten en het zover kon komen dat er iemand mocht werken. Met het Joods Maatschappelijk Werk en andere Joodse sociale instellingen was het toen echter onmogelijk om zover te komen.

Daarnaast was het ook een heel andere vrijwilligerstijd: ASF was de einige organisatie in Duitsland waar erkende dienstweigeraars in het buitenland hun vervangende dienstplicht konden vervullen. De militaire dienst duurde toen 18 maanden en zij kregen er nog 4 maanden extra bij waarmee de toekomstige ‘reserveoefeningen’ werden verrekend. Dat betekende in feite 2 jaar vredesdienst in een van de landen waar ASF werkzaam was Toch ontstond op deze manier een ‘ritssysteem’ waarbij er steeds al een grote groep in het land aanwezig was die de ‘nieuwelingen’ op kon vangen en integreren. De cohesie was dus erg groot en er konden langdurige plannen worden gemaakt. Alleen veel vrouwen vonden deze periode te lang; vrouwen waren dan ook  in de minderheid. Net als op het kantoor in Berlijn trouwens, waar nogal een machokultuur heerste. Inmiddels is dit totaal omgedraaid, met dank aan de Bundestag die de algemene dienstplicht heeft afgeschaft. Nu komen alle vrijwilligers van een lichting tegelijk  voor 12 maanden in het land en beginnen de werkzaamheden elk jaar opnieuw.

Een andere opmerkelijke ervaring uit de jaren tachtig is volgende: veel vrijwilligers bleven na hun dienst in Nederland wonen, omdat het hier veel toleranter en aangenamer was dan in de ‘Heimat’. Bewust of onbewust hadden velen hier ook hun ‘coming out’ (in Duitsland bestond  toen nog steeds de ‘Paragraph 175’!). Dat kan men zich nu haast niet meer voorstellen, hoe verschillend beide maatschappijen alleen al met homo’s omgingen.

Inmiddels weten we natuurlijk dat Nederland daarna behoorlijk verrechtst en na de politieke moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh verhard is. Het beeld dat Nederlanders van Duitsland hebben is in de afgelopen jaren zowat omgedraaid. Duitsland is inmiddels een van de geliefdere vakantielanden, vele Nederlanders wonen er of hebben er een tweede huis, Berlijn staat aan de top van stedentrips. Duitsers worden op eens best aardig gevonden; netjes en betrouwbaar. En dat maakt dat de oorlog al lang niet meer zo op de voor- of achtergrond een rol speelt. Huidige vrijwilligers van ASF  zijn dus ‘normaler’ dan vroeger, minder ‘anders’ dan toen.  En toch blijft het bijzonder dat zij bewust met het verleden om proberen te gaan en een bijdrage willen leveren aan een vreedzame toekomst. Het is belangrijk om dit te blijven volhouden – niet in de laatste plaats voor de vrijwilligers zelf die op deze manier een blik ‘van buiten’ op hun land van herkomst kunnen ontwikkelen.

Helmut Rödner