Mijn vaders emoties zijn vergelijkbaar met toen

V.l.n.r. Vrijwilligers Johannes Pfitzenmaier & Johanna Elfers, Jack Eljon, Barbara Schöpping in de Duitse ambassade in Den Haag. Foto: Raoul Eljon.

Veel Holocaust-overlevenden worden tijdens de Corona-crisis geconfronteerd met gevoelens die herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog oproepen. Mijn vader Jack is bijna 83 jaar en staat middenin het leven, gelukkig is hij positief en zeer vitaal. Hij ziet vanzelfsprekend grote verschillen tussen de intelligente lockdown en zijn moeilijke onderduiktijd die met de inval op 10 mei 1940 begon: “We hebben nu een volle koelkast, kunnen met elkaar communiceren dankzij telefoon en internet en er is geen angst om gepakt te worden.” Toch worden er af-en-toe emoties getriggerd die hem 80 jaar terug in de tijd katapulteren. De overheid en de media dragen daar ook aan bij met het taalgebruik. We zijn ‘in oorlog’ tegen een gezamenlijke ‘vijand’ en we worden bijgepraat in een programma dat ‘Frontberichten’ heet. Logisch dat de huidige situatie veel losmaakt bij mijn vaders generatie, er zijn tenslotte paralellen met de bezettingsjaren. De lege straten, de onzekerheid, de angst. Het is vooral die angst die volgens mijn vader lijkt op verlatingsangst die hij gevoeld heeft toen hij tijdens de onderduik van mijn grootouders gescheiden werd. Vanaf zijn vierde totdat hij vlak na de bevrijding kort voor zijn achtste verjaardag met zijn ouders herenigd werd, heeft mijn vader zijn ouders moeten missen en ’s nachts om ze gehuild.

Jack is een vrolijke en erg sociale man met een overvolle agenda en een constant bezette telefoon. Gelukkig maar. Toen mijn moeder tien jaar geleden overleed maakten mijn tweelingzus Rivka en ik ons zorgen om hem. Los van het verdriet om het gemis van onze moeder Betty, vroegen wij ons af hoe hij zijn tijd zou indelen. Het eerste jaar alleen was zwaar voor hem, toch wist hij er al redelijk snel het beste van te maken. Daar speelden de gastlessen die Jack via Herinneringscentrum Westerbork op scholen geeft een belangrijke rol bij. De waardering en het feit dat hij de herinnering hiermee als één van de laatste ooggetuigen levend houdt, geven hem veel voldoening. Vooral in het voorjaar, vóór de maand mei aanbreekt, rijdt Jack al 14 jaar naar talloze scholen. Gelukkig is hij daar fysiek nog toe in staat. Tijdens verre ritten naar de uithoeken van het land laat hij zich dikwijls rijden door zijn mantelzorger Jan. De schoolbezoeken zijn de laatste maanden uiteraard allemaal afgezegd. Dit geldt tot mijn vaders grote spijt ook voor de herdenkingen die dit jaar in verband met 75 jaar bevrijding extra aandacht zouden krijgen. 

Gelukkig kon een bezoek aan de Duitse residentie nog nét wel doorgaan! Op 9 maart vertrok Jack met een touringcar vol genodigden naar Den Haag. Uiteraard waren ook Barbara Schöpping en Jack’s ASF-vrijwilliger Johanna Elfers erbij. In het statige gebouw tegenover de Hofvijver werden wij zeer hartelijk ontvangen door ambassadeur Dirk Brengelmann en zijn staf. Daarna volgde een korte plechtigheid. Voordat Brengelmann het Bundesverdienstkreuz bij Jack opspeldde, dankte de ambassadeur hem voor de rol die hij gespeeld heeft in de verbetering van de Duits-Nederlandse betrekkingen, onder meer door het geven van gastlessen en lezingen over zijn oorlogservaringen. Het was een prachtige dag waar mijn vader en ik met plezier en trots op terugkijken.

Voorlopig was dit tevens het laatste feestje. Als gezegd, valt het beperkte sociale contact de laatste maanden mijn vader zwaar. Jack mist onder meer de bezoeken van zijn ASF-er Johanna, met wie hij -net als met haar zes voorgangers-, erg prettig contact heeft. Maar ook nu heeft mijn vader de knop gelukkig weer om weten te zetten. Hij leest en wandelt meer, bridget nu via internet in plaats van op de bridgeclub en weet de situatie gelukkig te relativeren. Mijn vader is tenslotte een echte survivor! 

Raoul Eljon