'Over de muur - Joods leven in Oost-Duitsland'
3de themamiddag van ASF en de Hollandsche Schouwburg op 31 oktober 2012

3de ASF-Themamiddag: Sprekers Jalda Rebling, Micha Gelber en zijn vrouw luisteren naar het verhaal van Matthias Heyl.

3de ASF-Themamiddag: Sprekers Jalda Rebling, Micha Gelber en zijn vrouw luisteren naar het verhaal van Matthias Heyl.

Was het leven van joden in de DDR anders dan in West-Duitsland of in Nederland? Dit had ik verwacht te horen. Maar deze themamiddag bewees opnieuw, hoe spannend en genuanceerd de ASF- aanpak is. Wij leerden op die middag veel van de drie Nederlandstalige sprekers: hoe een beeld wordt gevormd in samenhang met de op dat moment geldende ideeën, en hoe die ideeën van onverwachte invloed kunnen zijn op het leven van een individu in een maatschappij, in dit geval die van het na-oorlogse Oost-Duitsland.

Met het verleden leren leven
Verbazingwekkend was al het verhaal van de eerste spreekster. Het zette oordelen en vooroordelen op zijn kop. Jalda Rebling is geboren 1951 in Amsterdam, en woont sinds 1952 in Oost-Duitsland. Na de oorlog keerde Jalda's vader terug naar Oost-Berlijn, samen met zijn Amsterdamse joodse vrouw en hun kinderen. Vader werkte, moeder - vol heimwee naar Amsterdam - zat thuis met kinderen en kon in Berlijn nooit aarden. Bij Jalda thuis werd altijd Nederlands gesproken, de Nederlandse en de joodse cultuur, vooral ook de joodse muziek, domineerden het huiselijke leven van de kleine familie. Hoe compleet anders was voor Jalda de buitenwereld! Niet alleen de taal maar ook de gewoontes en rituelen, het eten en musiceren. Terwijl thuis de herinnering aan Auschwitz altijd aanwezig was, was dat buiten geen onderwerp. Op 8 mei, de dag van de bevrijding, gingen alle schoolkinderen eerst even naar een herdenkingsplaats, daarna mochten ze vrolijk buiten spelen. Maar Jalda niet. Zij werd thuis verwacht. Het kind leefde daardoor een soort dubbelleven in grote eenzaamheid. Later ging Jalda naar de theaterschool, werd actrice en begon een eigen leven. Maar haar moeder overtuigde haar op een dag, Jalda was toen 28 jaar oud, om samen met haar op toneel Yiddische liederen te zingen. Sindsdien kende Jalda haar weg. "Het gedenken zit in ons DNA" zegt zij. Zij keerde, meer dan 30 jaar na de Holocaust, de binnenwereld naar buiten. Onder het motto "met het verleden leren leven" werd Jalda deel van de verzetsbeweging in de DDR. Het Joodse gemeentehuis in Oost-Berlijn werd in de jaren 70 een schuilplaats voor cultuur, waar Jalda oprichter was van comitees, organisator, programmamaker, spreekbuis. Jalda verstopte haar joodse wortels niet meer maar werd er trots op.

Nooit vergeten
Ook de tweede spreker is in Nederland geboren. Micha Gelber was 10 jaar oud, de oorlog was bijna voorbij, toen hij vanaf Bergen-Belsen op transport gesteld werd, samen met zijn joodse familie en 700 andere Nederlanders. Nú is Micha Gelber 77 jaar oud, en nog steeds is het transport voor hem de meest beklemmende nachtmerrie van zijn leven. Bevlogen verteld hij ons over een dagenlange treinreis in april/mei 1945. Hij sleept ons mee, dwars door het Duitse Rijk, waarin de chaos in de laatste oorlogsdagen alles ontwrichtte. Van de in totaal 2500 mensen die in deze trein van Bergen Belsen naar Tröbitz vervoerd werden, stierven 500 mensen. Zij werden soms uit de wagons gegooid omdat er nergens een plek was voor lijken en langs de spoorlijn bevinden zich nog steeds enkele massagraven. Niemand wist waar de trein naartoe zou rijden, ook de bewakers niet. En zo kris-kraste dit "Verloren transport" steeds weer in een andere richting, soms bleef hij staan en ging dan weer verder. Uiteindelijk stopte de trein in de buurt van het 450 zielen tellende dorpje Tröbitz, in het Brandenburgse platteland tussen Berlijn en Dresden. De bewakers vluchtten de trein uit en er kwamen Russische soldaten. Zij brachten de overlevenden uit de trein naar het kleine dorpje dat ze ontruimd hadden. Er waren sommige Duitsers die zelfmoord hadden gepleegd, andere trilden van angst, maar de meeste dorpelingen hielpen de vreemdelingen waar ze konden. Velen hadden in de trein vlektyfus gekregen en besmetten daarmee ook de helpende mensen uit het dorp: 26 dorpelingen overleefden het niet. Micha en zijn broer gingen plunderen in huizen en dorpen in de buurt. Het werd gedoogd. Zoals Micha het verteld, was het blijkbaar een tijdelijke noodgemeenschap zonder haat van de dorpelingen ten aanzien van de vreemden. De eerste die naar Tröbitz terug ging, 18 jaar na dato, in 1963, was de vader van Micha. De gebeurtenissen bleken ter plaatse vergeten en de begraafplaats waar zo velen met tyfus besmette dorpelingen en de doden uit de trein begraven waren was verwaarloosd. Maar sinds 1963 vindt nu ieder jaar een herdenking plaats op de herstelde begraafplaats, en steeds is Micha aanwezig.

Er is meer
De derde spreker, Dr. Matthias Heyl (20 jaar na het einde van de oorlog geboren en opgegroeid in West-Duitsland), is hoofd van de educatieve dienst van de Gedenkstätte Ravensbrück. Dat is de plek van het vroegere concentratiekamp Ravensbrück en ligt 100km ten Noorden van Berlijn in wat vroeger DDR was. Het bewind van de DDR beklemtoonde steeds het verzet tegen het fascisme en kapitalisme. Speerpunt van de Gedenkstätte Ravensbrück in de DDR was dan ook het glanzende heldendom van de communisten in het verzet. Aangezien men het fascisme zag als een uitvloeisel van het kapitalisme, was men ervan overtuigd dat niet de DDR maar het kapitalistische West-Duitsland de volledige verantwoordelijkheid droeg voor het desastreuze nationaal-socialisme. In de jaren `70 en `80 ging men zich in de DDR steeds meer oriënteren op de Westerse wereld en de daar levende gedachten over de Tweede Wereldoorlog. Stukje bij beetje werden joodse getuigenissen ook in de DDR te voorschijn gehaald. Maar toen Matthias na de Wende bij Gedenkstätte Ravensbrück begon te werken werd hij ervan verdacht, een agent van de Mossad te zijn omdat hij het had over de tragedie van de vernietiging van de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook als hij spreekt met overlevenden van Ravensbrück wordt hem vaak verweten dat hij het alsmaar over joden heeft en te weinig over de andere slachtoffers. Immers: behalve een minderheid van 20.000 joden waren er toch vooral 60.000 andere gevangenen in KZ Ravensbrück,waaronder de communisten maar ook Roma, Sinti, Jehova getuigen en Poolse katholieken. Sinds de Wende zijn getuigenissen als orale bron van de geschiedschrijving belangrijker geworden dan de politieke ideologie waarin stelselmatig één kant van de zaak werd belicht terwijl men de andere kant eenvoudig vergat. Vroeger hadden de communisten de verhalen gezeefd, nu zijn de communisten niet meer geloofwaardig. Tegenwoordig werkt de staf van Ravensbrück in een comitee samen met die van Westerbork. Het gezichtsveld is veranderd en genuanceerd: men wil nu álle verhalen van Ravensbrück tot hun recht laten komen. De Gedenkstätte Ravensbrück levert niet zozeer oplossingen voor het probleem, maar is zelf deel van het probleem: hoe gaan wij om met het verleden? Uiterst kernachtig werd dit verwoord door Jalda Rebling: 'Het verleden moet een springplank zijn en niet een sofa'.

Angelika Finger,
Duits-Nederlandse Vereniging Amsterdam