Vrijwilligers aan het woord - Jeannette Noëlhuis

Een tekst geschreven door Pia Pavelic, ASF vrijwillliger by het Jeannette Noëlhuis in Amsterdam 2020/21

In het Jeannette Noelhuis (Amsterdam Zuidoost), een gemeenschap van bijna 30 mensen die vluchtelingen een thuis biedt, komen veel verschillende culturen bij elkaar.

Voraal de diversiteit die het samenleven met mensen met verschillende achtergronden met zich meebrengt, is bijzonder. Zo worden Nederlandse pannekoeken naast Jollof en bakbananen gemaakt en wordt er samen gedanst op Bob Marley of op traditionele Afrikaanse ritmes. Natuurlijk komen ook verschillende talen bij elkaar, zoals Russisch, Nederlands, Arabisch, Chinees of Perzisch. Praten over overeenkomsten tussen de herkomst van talen of het leren van nieuwe woorden in andere talen leidt zeker tot grappige en interessante situaties. Bovendien voegt elke persoon natuurlijk zijn eigen identiteit en biografie toe aan de kleurrijke mix. Zo komen in het Jeanette Noel Huis politieke activisten samen met studenten, transgenders, stellen van hetzelfde geslacht, alleenstaande ouders en heel veel kinderen. Ik weet niet van alle bewoners wat hun reden was om te vluchten. Vaak komen ze uit oorlogs- of conflictgebieden die een veilig leven onmogelijk maken. Soms ligt het aan andere dingen: sommige bewoners zijn bijvoorbeeld onderdeel van een minderheidsgroep die in het land van herkomst gevaar loopt.

Als wij 's avonds samen eten, komen er mensen van allerlei geloven samen aan één tafel: zo zit er bijvoorbeeld een islamiet naast een katholiek, protestant, boeddhist of atheïst. Hoewel sommige mensen misschien aannemen dat deze verscheidenheid tot conflicten of discussie kan leiden, is dit verre van de werkelijkheid. Veel belangrijker is dat iedereen verbonden is door waarden van openheid, het gevoel van solidariteit en familie. Eerder ontstaan er verhitte discussies als iemand vraagt welk land de beste Jollof rijst kan bereiden.

Een ander waarschijnlijk groter cultureel verschil is wel te vinden als wij 's avonds samen eten. In tegenstelling tot de traditionele Duitse eetcultuur, is er om avond rijst met kip en bakbanaan. Dit werd een paar maanden geleden in twijfel getrokken door een vrouw uit Pakistan, die al het eten als flauw en smaakloos beschreef . Toen ze naar het chilipoeder greep, werd ik eraan herinnerd dat de smaakbeleving overal ter wereld anders kan zijn.

De combinatie van de Nederlandse directheid met het spraakzame en open Afrikaanse karakter, vermengd met lekker eten, muziek en interessante gesprekken is in ieder geval een omgeving waarin het nooit saai wordt, en waar ik veel kan leren over privileges of de afwezigheid ervan.

Vrijwilligers aan het woord - Amoc

Een tekst geschreven door Jakob Fohrmann, ASF vrijwilliger bij De Regenboog Groep in Amsterdam 2020/21

Mijn naam is Jakob Formann en ik werk inmiddels al een half jaar bij Amoc, een inloopcentrum voor daklozen, inclusief een ruimte voor drugsgebruik. Amoc is het eerste aanlooppunt voor niet-Nederlandse Europese daklozen. Wij ontvangen dus veel mensen die nog maar kort in Nederland zijn en het moeilijk vinden om hier voet aan de grond te krijgen. Voor sommigen is het leven op straat een realiteit geworden; ze blijven soms zelfs jarenlang bij Amoc ingeschreven.

In de afgelopen 6 maanden heb ik al veel geleerd, veel verschillende taken gekregen engebeurtenissen beleefd en ben ik erg benieuwd wat mij nog meer te wachten staat in de komenden 6 maanden. Hoewel mijn werk gestructureerd is en ik de meeste tijd bezig ben met dezelfde dingen zoals afwassen, koken en opruimen in de keuken, koffie en thee serveren in de theesalon en beneden in de kleedkamer klanten helpen nieuwe kleding te kiezen, is geen dag is echt hetzelfde. Ons werk wordt gevormd door improvisatie, creativiteit en aanpassing aan nieuwe omstandigheden. Amoc moet dynamisch reageren op diverse veranderingen om onze klanten zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn. Vooral de pandemie laat dit heel duidelijk zien. Door de avondklok zijn daklozen ook verplicht 's nachts binnen te blijven. Dit leidt tot een grotere belasting van onze nachtopvangcentra, wat voor mij persoonlijk betekent dat ik nu ook avonddiensten heb om mijn collega's te ondersteunen. Dit is slechts één van de vele veranderingen die Amoc doormaakt, die veroorzaakt zijn door factoren zoals koud-weer-periodes, , economische noodsituaties, de sterk fluctuerende leveringshoeveelheden en wisselende leveranciers van ons voedsel of een pandemie. Maar er is ook niet meteen een pandemie voor nodig om mijn dagelijkse werk spannend te houden. Ik mocht al meerdere keren cliënten naar de trein, bus of het vliegtuig brengen, zodat ze van daaruit terugkeerden naar hun land van herkomst. Zoiets is altijd spannend; vaak zijn dit soort gebeurtenissen ook overweldigend en zullen ze me nog lang bijblijven. Ik had een bijzonder stressvolle ervaring toen ik twee Poolse cliënten naar een busstation moest brengen. Toen wij er –dacht ik- waren, was er in de verste verte geen spoor van het busstation te bekennen. Google Maps had me een aantal ogenschijnlijk verouderde afbeeldingen van deze laten zien. Ongeveer 40 minuten liep ik alle kanten op en vroeg een aantal mensen waar het busstation was, totdat een vriendelijk stel me uitlegde dat het busstation naar een andere locatie was verhuisd, maar dat de bussen toch stopten op de parkeerplaats waar wij van begin af aan stonden. Bezweet, gestresst en doorweekt wachtte ik op een kleine bus met nauwelijks 8 zitplaatsen, die mijn cliënten in "slechts" 23 uur naar huis zou brengen.

Ik geniet echt van mijn deels gestructureerde, deels chaotische werk bij Amoc en heb al zoveel grappige verhalen en tragische lotgevallen gehoord dat het een heel boek zou kunnen vullen. Omgaan met mensen die worden gemarginaliseerd, verborgen of zelfs in sommige gevallen gecriminaliseerd en vervolgd door de samenleving is een interessante en indrukwekkende bezigheid. Het laat me veel nadenken over hoe dakloosheid, drugsmisbruik en -afhankelijkheid en werkloosheid als verschijnselen worden bestreden en verminderd en welke specifieke sociale maatregelen nodig zijn. Deze vragen zijn erg moeilijk te beantwoorden en ik ben benieuwd of ik aan het eind van het jaar tenminste een paar antwoorden kan vinden.

Culturele verschillen Duitsland – Nederland
Een tekst geschreven door Anna Behre, ASF vrijwilliger bij RADAR Rotterdam 2016/17

Toen ik naar Nederland kwam had ik wel verwacht dat er culturele verschillen zouden zijn, maar ik kon me niet echt voorstellen wat er precies anders zou zijn. Maar hoe langer ik hier ben, des te meer me opvalt/verschillen ik opmerk. Een ding is, dat mijn collega's (en ik nu ook) elkaar heel vaak ''succes'' wensen. Eigenlijk bij elke klein opdracht, afspraak, etc. In Duitsland ben ik gewend dat je dat eigenlijk alleen bij iets belangrijks doet, zoals bijvoorbeeld een examen. Wanneer iemand mij dus in mijn eerste weken bij iets succes wenste, dacht ik dat het dan wel iets heel moeilijks zou zijn, maar nu weet ik dat het gewoon meer gebruikt wordt en dat vind ik iets heel leuks voor de sfeer in het team/en ik vind dat dat bijdraagt aan de sfeer in het team. Ik heb nu wel een aantal verjaardagen op kantoor meegemaakt. Het viel me op dat er nog nooit zelf gebakken taart was. Ik denk dat dat hier geen traditie is zoals in Duitsland het geval is. Ook Kerstmis heb ik hier heel anders ervaren. Ik heb het gevoel dat Kerstmis in Duitsland iets veel groters is/veel belangrijker is. De winkels daar zijn gevulder met kerstdingen, er is meer typisch kersteten en er zijn heel veel kerstmarkten. Wat mij verder nog op valt: auto’s wachten bij het zebrapad (dat is in Duitsland echt niet altijd zo) en sowieso is fietsen hier veel veiliger en je bent ook nog sneller. Voor mijn gevoel zijn de mensen hier opener en vriendelijker. Je raakt heel snel in gesprek en praat sneller over persoonlijke onderwerpen. Dat vind ik heel leuk en dat is zeker ook een van de redenen waarom ik me hier zo snel thuis voelde.

Anika Hühn was 2015/16 ASF-vrijwilligster bij het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Anika nam deel aan het programma EVS (European Voluntary Service), onderdeel van Erasmus+. Hieronder vertelt zij over haar jaar in Nederland.

Mijn naam is Anika Hühn. Ik ben 19 jaar oud en werk als ASF-vrijwilligster in het kader van EVS (European Voluntary Service) voor één jaar bij Herinneringscentrum Kamp Westerbork in het noordoosten van Nederland.

Ik heb een veelzijdig werkveld. Bijna elke week krijg ik, afhankelijk van wat er te doen valt, andere taken toegewezen. Er zijn echter ook vaste werkzaamheden. Hiertoe behoren zowel de ondersteuning van mijn collega’s van het Landelijk Steunpunt Gastsprekers WO II-Heden, het vertalen en/of transcriberen van documenten en het geven van rondleidingen over het kampterrein, alsook administratieve taken. Van begin af aan kreeg ik de kans om overal een beetje rond te snuffelen en vervolgens mijn prioriteiten vast te stellen.

In het begin sprak ik uiteraard niet zo goed Nederlands, vandaar dat ik toen een wat beperkter werkveld had. Telefoongesprekken en mailcontacten verliepen bijvoorbeeld nog wat stroef. Ook het lezen van documenten in het Nederlands was best moeilijk. Maar toch heb ik de taal redelijk snel kunnen oppakken. Naast de door ASF georganiseerde taalcursus bij het Goethe-Institut en het online aanbod van Erasmus+ heeft dit ongetwijfeld met mijn collega’s te maken die bijna uitsluitend Nederlands met mij gesproken hebben. Mijn taken groeiden bijna dagelijks en intussen kan ik zonder problemen met collega’s, gastsprekers en museumbezoekers communiceren.    

Enerzijds beschouw ik de mogelijkheid om te werken in een vreemd land zonder een passende opleiding als zeer bijzonder en ik voel me dan ook ontzettend bevoorrecht. Anderzijds is het toch ook steeds weer een uitdaging. Vooral in het begin viel het mij op hoe losjes mijn collega’s met elkaar omgaan. Dat had ik in Duitsland nog nooit meegemaakt. Ook als het over WO II/de Holocaust ging, kreeg ik de indruk dat er in Nederland minder taboes bestaan. Het is hier gewoon mogelijk feiten te benoemen zonder bepaalde woorden of begrippen telkens maar weer te moeten afwegen.
Er was echter ook iets wat ik vreemd vond en waaraan ik maar niet kan wennen: iedereen hier tutoyeert elkaar en zelfs de baas wordt beschouwd als een medewerker zoals alle anderen. 

Gedurende het jaar mocht ik tot mijn vreugde steeds opnieuw constateren dat Nederland, ondanks veel overeenkomsten met Duitsland, toch een unieke cultuur en eigen tradities heeft. In dit opzicht heb ik de seminars van EVS als heel boeiend ervaren. Er kwamen altijd veel jonge mensen uit diverse landen bij elkaar en vervolgens werd duidelijk hoe verschillend zij Nederland ervoeren. Ik merkte toen ook duidelijk dat ik, doordat ik Duits en Engels spreek, een voordeel heb bij het leren van de Nederlandse taal. Ook over eetgewoontes, het weer, de geschiedenis en tradities werd door de internationale vrijwilligers veel gediscussieerd. Zo herinner ik mij bijvoorbeeld een gesprek over het weer en de eetgewoontes in Nederland met een Griekse, een Spanjaard en een Britse. Terwijl de Britse en ik niet echt grote verschillen zagen, hadden de Spanjaard en de Griekse het gevoel dat ze in een andere wereld beland waren. In het algemeen was het ontzettend interessant om met vrijwilligers uit heel Europa bij elkaar te komen. Ik kwam niet alleen veel over hun geboorteland te weten, maar ook over hun werk en leven hier in Nederland. Ik hoop dat ik ook in de toekomst contact met hen zal houden.