Culturele verschillen Duitsland – Nederland
Een tekst geschreven door Anna Behre, ASF vrijwilliger bij RADAR Rotterdam 2016/17

Toen ik naar Nederland kwam had ik wel verwacht dat er culturele verschillen zouden zijn, maar ik kon me niet echt voorstellen wat er precies anders zou zijn. Maar hoe langer ik hier ben, des te meer me opvalt/verschillen ik opmerk. Een ding is, dat mijn collega's (en ik nu ook) elkaar heel vaak ''succes'' wensen. Eigenlijk bij elke klein opdracht, afspraak, etc. In Duitsland ben ik gewend dat je dat eigenlijk alleen bij iets belangrijks doet, zoals bijvoorbeeld een examen. Wanneer iemand mij dus in mijn eerste weken bij iets succes wenste, dacht ik dat het dan wel iets heel moeilijks zou zijn, maar nu weet ik dat het gewoon meer gebruikt wordt en dat vind ik iets heel leuks voor de sfeer in het team/en ik vind dat dat bijdraagt aan de sfeer in het team. Ik heb nu wel een aantal verjaardagen op kantoor meegemaakt. Het viel me op dat er nog nooit zelf gebakken taart was. Ik denk dat dat hier geen traditie is zoals in Duitsland het geval is. Ook Kerstmis heb ik hier heel anders ervaren. Ik heb het gevoel dat Kerstmis in Duitsland iets veel groters is/veel belangrijker is. De winkels daar zijn gevulder met kerstdingen, er is meer typisch kersteten en er zijn heel veel kerstmarkten. Wat mij verder nog op valt: auto’s wachten bij het zebrapad (dat is in Duitsland echt niet altijd zo) en sowieso is fietsen hier veel veiliger en je bent ook nog sneller. Voor mijn gevoel zijn de mensen hier opener en vriendelijker. Je raakt heel snel in gesprek en praat sneller over persoonlijke onderwerpen. Dat vind ik heel leuk en dat is zeker ook een van de redenen waarom ik me hier zo snel thuis voelde.

Anika Hühn was 2015/16 ASF-vrijwilligster bij het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Anika nam deel aan het programma EVS (European Voluntary Service), onderdeel van Erasmus+. Hieronder vertelt zij over haar jaar in Nederland.

Mijn naam is Anika Hühn. Ik ben 19 jaar oud en werk als ASF-vrijwilligster in het kader van EVS (European Voluntary Service) voor één jaar bij Herinneringscentrum Kamp Westerbork in het noordoosten van Nederland.

Ik heb een veelzijdig werkveld. Bijna elke week krijg ik, afhankelijk van wat er te doen valt, andere taken toegewezen. Er zijn echter ook vaste werkzaamheden. Hiertoe behoren zowel de ondersteuning van mijn collega’s van het Landelijk Steunpunt Gastsprekers WO II-Heden, het vertalen en/of transcriberen van documenten en het geven van rondleidingen over het kampterrein, alsook administratieve taken. Van begin af aan kreeg ik de kans om overal een beetje rond te snuffelen en vervolgens mijn prioriteiten vast te stellen.

In het begin sprak ik uiteraard niet zo goed Nederlands, vandaar dat ik toen een wat beperkter werkveld had. Telefoongesprekken en mailcontacten verliepen bijvoorbeeld nog wat stroef. Ook het lezen van documenten in het Nederlands was best moeilijk. Maar toch heb ik de taal redelijk snel kunnen oppakken. Naast de door ASF georganiseerde taalcursus bij het Goethe-Institut en het online aanbod van Erasmus+ heeft dit ongetwijfeld met mijn collega’s te maken die bijna uitsluitend Nederlands met mij gesproken hebben. Mijn taken groeiden bijna dagelijks en intussen kan ik zonder problemen met collega’s, gastsprekers en museumbezoekers communiceren.    

Enerzijds beschouw ik de mogelijkheid om te werken in een vreemd land zonder een passende opleiding als zeer bijzonder en ik voel me dan ook ontzettend bevoorrecht. Anderzijds is het toch ook steeds weer een uitdaging. Vooral in het begin viel het mij op hoe losjes mijn collega’s met elkaar omgaan. Dat had ik in Duitsland nog nooit meegemaakt. Ook als het over WO II/de Holocaust ging, kreeg ik de indruk dat er in Nederland minder taboes bestaan. Het is hier gewoon mogelijk feiten te benoemen zonder bepaalde woorden of begrippen telkens maar weer te moeten afwegen.
Er was echter ook iets wat ik vreemd vond en waaraan ik maar niet kan wennen: iedereen hier tutoyeert elkaar en zelfs de baas wordt beschouwd als een medewerker zoals alle anderen. 

Gedurende het jaar mocht ik tot mijn vreugde steeds opnieuw constateren dat Nederland, ondanks veel overeenkomsten met Duitsland, toch een unieke cultuur en eigen tradities heeft. In dit opzicht heb ik de seminars van EVS als heel boeiend ervaren. Er kwamen altijd veel jonge mensen uit diverse landen bij elkaar en vervolgens werd duidelijk hoe verschillend zij Nederland ervoeren. Ik merkte toen ook duidelijk dat ik, doordat ik Duits en Engels spreek, een voordeel heb bij het leren van de Nederlandse taal. Ook over eetgewoontes, het weer, de geschiedenis en tradities werd door de internationale vrijwilligers veel gediscussieerd. Zo herinner ik mij bijvoorbeeld een gesprek over het weer en de eetgewoontes in Nederland met een Griekse, een Spanjaard en een Britse. Terwijl de Britse en ik niet echt grote verschillen zagen, hadden de Spanjaard en de Griekse het gevoel dat ze in een andere wereld beland waren. In het algemeen was het ontzettend interessant om met vrijwilligers uit heel Europa bij elkaar te komen. Ik kwam niet alleen veel over hun geboorteland te weten, maar ook over hun werk en leven hier in Nederland. Ik hoop dat ik ook in de toekomst contact met hen zal houden.